Utrechtse Getalbegrip Toets Revised

Een taakgerichte toets die het niveau van beheersing van getalbegrip beoogt te meten. De toets is ontwikkeld voor groep 1, 2 en 3 van het basisonderwijs.

Deze is niet gebonden aan een bepaalde rekenleergang of methodiek.

€ 105,00

Achtergrond informatie UGT
In 1994 is de Utrechtse Getalbegrip Toets (UGT) tot stand gekomen en uitgegeven. De UGT is destijds ontwikkeld om bij kinderen in de kleuterfase het niveau van beheersing van getalbegri (voorbereidende rekenvaardigheid) op een theoretisch en psychometrisch verantwoorde wijze vast te stellen. De gebruikswaarde van de UGT is enorm. Inmiddels hebben in Nederland meer dan 4000 exemplaren hun weg naar de praktijk gevonden. Ook internationaal maakt de test furore. De UGT (in het buitenland ‘Early Numary Test’ genoemd) is intussen vertaald in vele talen en wordt voor wetenschappelijke en/ of praktische doeleinden gebruikt in Australië,België, Canada, China, Cyprus, Duitsland, Filippijnen, Finland, Grieken-land, Hongarije, Hongkong, Italië,Luxemburg, Maleisië, Oostenrijk, Peru, Singapore, Slovenië, Spanje, Verenigde Arabische Emiraten,Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten, IJsland, Zuid-Afrika, Zweden en Zwitserland.

De normen uit 1994 zijn na 15 jaar toe aan actualisering. Hiervoor zijn een aantal argumenten te noemen. Het belangrijkste argument is dat het rekenwiskundeonderwijs in Nederland in de afgelopen twee decennia sterk veranderd is en op dit moment lijkt de UGT daarom niet optimaal in staat voldoende te differentiëren tussen kinderen die op niveau E en D (zeer zwak – zwak) en kinderen die op niveau C (vol-doende) presteren. Een tweede belangrijk argument is dat we op basis van actuele literatuur en onderzoeksgegevens over kleuterrekenen nieuwe taken hebben ontwikkeld en op basis van die actuele literatuur en onderzoeksgegeven een nieuwe component (‘schatten’) aan de test hebben toegevoegd.

Hernormeringsonderzoek
In de eerste helft van 2008 zijn voor de totstandkoming van de UGT-R 135 items in een normeringonderzoek onderzocht op hun belang en waarde voor de toets. Aan dit onderzoek hebben 2135 kinderen in de leeftijd van 4 tot 7½ jaar verspreid over 45 scholen, per provincie naar bewonersaantal verdeeld, deelgenomen. Bij alle kinderen zijn de toetsitems tweemaal afgenomen (in januari/februari en in mei/juni) Bij de opzet van het hernormeringonderzoek is uitgegaan van veertien leeftijdscategorieën (driemaandelijkse leeftijds-groepen van 4 tot 7½ jaar). De UGT bestaat uit twee parallelle vormen (vorm A en vorm B): elk bestaande uit 45 items (afkomstig uit de overgebleven 90 items). De opgaven zijn in groepen van vijf verdeeld over een negental onderdelen. De betrouwbaarheden liggen rond de .90 en zijn dus zeer goed te noemen. Ook de begripsvaliditeit en de predictieve validiteit zijn als goed te kwalificeren.

UGT-R
De Utrechtse Getalbegrip Toets-Revised (UGT-R) is een taakgerichte toets die het niveau van beheersing van getalbegrip beoogt te meten. De toets is ontwikkeld voor groep 1, 2 en 3 van het basisonderwijs. Deze is niet gebonden aan een bepaalde rekenleergang of methodiek. In de handleiding van de toets zijn twee soorten normtabellen opgenomen: tabellen met de normen voor veertien leeftijdsgroepen en tabellen met normen voor drie leerjaargroepen. Middels beide soorten normtabellen heeft de toetsgebruiker diverse differentiatiemogelijkheden bij het beoordelen van de (voorbereidende) rekenvaardigheid van een individuele leerling. De UGT-R moet individueel afgenomen worden. Met behulp van Vorm A of Vorm B kan de leerkracht of een andere gebruiker nagaan in welke mate een kind of een groepje kinderen het getalbegrip beheerst. Door de prestatie van een kind te vergelijken met die van kinderen in een normgroep kan het niveau van beheersing van getalbegrip vastgesteld worden. Naast de bepaling van het niveau kan de leerkracht met behulp van de beide vormen van de toets ook nagaan of de kinderen vooruitgang vertonen onder invloed van een rekenhulpprogramma en/of aangepaste instructie.

Voorbeeld toetsblad

UGT-R voorbeeld

De toets bestaat uit negen onderdelen en in totaal 45 items (vijf items per onderdeel) per vorm: 

- Vergelijken: het vergelijken van objecten op kwalitatieve of kwantitatieve kenmerken. In dit onderdeel wordt nagegaan of kinderen de begrippen beheersen die in vergelijkingen, ook binnen het rekenonderwijs, veel voorkomen. Het gaat om begrippen zoals: het meeste, het minste, hoger en lager. 

- Hoeveelheden koppelen: het groeperen van objecten in een klasse of subklasse aan de hand van bepaalde criteria. Met de classicatietaak wordt nagegaan of kinderen op basis van overeenkomsten of verschillen onderscheid kunnen maken tussen voorwerpen en deze kunnen groeperen. 

- Eén-één correspondentie: het vergelijken van hoeveelheden door het toepassen van de éénéén-relatie. Met dit onderdeel wordt nagegaan of kinderen een één-één-relatie kunnen leggen tussen verschillende gegevens. Bijvoorbeeld: zijn er evenveel kippen als eieren? Tevens wordt nagegaan of kinderen begrijpen dat zes blokjes qua hoeveelheid evenveel is als zes stippen op een dobbelsteen. 

- Ordenen: Het rangordenen van objecten aan de hand van bepaalde criteria. In dit onderdeel wordt nagegaan of kinderen in staat zijn te herkennen of voorwerpen of getallen al dan niet in een goede rangorde staan. In de opgaven wordt gewerkt met termen zoals: van hoog naar laag, van meer naar minder, van dun naar dik, van smal naar breed. Daarnaast moeten kinderen in dit onderdeel zelf een serie maken door middel van het trekken van lijnen (streepjes) van bijvoorbeeld een groot konijn naar een grote wortel en van een klein konijn naar een kleine wortel. 

- Telwoorden gebruiken: Het vooruit tellen, terugtellen en verder tellen evenals het gebruiken van het kardinale en ordinale getal. Met de opgaven in dit onderdeel wordt het akoestisch tellen onderzocht en daarnaast wordt nagegaan of kinderen gebruik weten te maken van kardinale en ordinale getallen tot twintig. 

- Synchroon en verkort tellen: Het synchroon tellen en het verkort tellen vanuit de dobbelsteenstructuur. In dit onderdeel wordt met gebruikmaking van materiaal (o.a. blokjes) nagegaan of kinderen het synchroon tellen van hoeveelheden beheersen. De kinderen mogen bij dit onderdeel tijdens het tellen van het materiaal met hun vinger aanwijzen. Daarnaast wordt met dit onderdeel nagegaan of bepaalde dobbelsteenstructuren direct herkend worden.

- Resultatief tellen: Het tellen van gestructureerde en ongestructureerde hoeveelheden evenals het tellen van bedekte hoeveelheden. Met dit onderdeel wordt nagegaan of kinderen de totale hoeveelheid kunnen bepalen van zowel gestructureerde als ongestructureerde verzamelingen, waarbij ze tijdens het tellen hun vingers niet mogen gebruiken om de voorwerpen in de verzameling aan te wijzen. 

- Toepassen van kennis van getallen: Het kunnen toepassen van de kennis van het getallensysteem in eenvoudige probleemsituaties. Met dit onderdeel wordt nagegaan of kinderen getallen onder de twintig in eenvoudige alledaagse probleemsituaties kunnen gebruiken. 

- Schatten: Op getallenlijnen die lopen van 0 tot 10, 0 tot 20 en 0 tot 100 met redelijke nauwkeurigheid de positie van getallen kunnen bepalen. Met dit onderdeel wordt nagegaan of kinderen betekenis kunnen geven aan de grootte van getallen op een getallenlijn.

De toets kan afgenomen worden door leerkrachten, remedial teachers, orthopedagogen en psychologen. De afnameduur van één vorm bedraagt ongeveer 25 à 30 minuten. De afnameduur kan evenwel variëren aangezien er geen tijdslimieten zijn opgenomen. Met name in scholen of afdelingen voor speciaal (basis)onderwijs duurt de afname gemiddeld 10 minuten langer. Bepaling van de voorbereidende rekenvaardigheid gebeurt door de antwoorden van het kind te beoordelen met behulp van de scoringssleutel voor Vorm A of B. Hierna wordt het aantal juist beantwoorde opgaven bepaald. Dit aantal geeft de toetsscore van het kind aan. Met behulp van de gegevens die in de handleiding van de toets zijn opgenomen wordt de vaardigheidsscore opgezocht die bij de toetsscore hoort. Nadat de vaardigheidsscore is vastgesteld, neemt de toetsgebruiker de normtabel die van toepassing is. In deze tabel zoekt hij/zij de vaardigheidsscore van het kind op. Deze score geeft het niveau van het betreende kind aan. Dit niveau varieert van niveau A (goed tot zeer goed) tot E (zeer zwak tot zwak). Op een eveneens bijgevoegde schaal voor getalbegrip kan de toetsafnemer ook bekijken welke (deel)vaardigheden het kind, gezien zijn leeftijd en vaardigheidsscore, wel of niet voldoende beheerst.

Deze genormeerde toets bestaat uit: 
Ringband met: 
Handleiding voor de afnemer van de toets, geïllustreerde gekleurde toetskaarten en werkbladen, normtabellen, schalen voor getalbegrip, scoringssleutel, scoringsformulier, doosje met pionnen en 
CD-rom met werkbladen, scoringsformulier, klassenstaat en dergelijke 
Kan ingepast worden in Leerlingvolgsysteem LVS 2000

Gegevens
ISBN
9789075129809
Auteur
Prof.dr. Johannes E.H. van Luit & dr. B.A.M. van de Rijt
Taal
Nederlands
Schrijf uw eigen review
U plaatst een review over:Utrechtse Getalbegrip Toets Revised
Uw waardering
To Top