cursussen

links over .....

bestellen

Remweg ?!


Een trainingsprogramma voor impulsieve, drukke kinderen met

aandachtsproblemen. (van 6 tm 9 jaar)


De Waarden/Paedologisch Instituut Nijmegen. afdeling Onderzoek & Ontwikkeling

Samengesteld door : drs. A. Koning, drs. R. van der Krol, drs. S. Weller, T. Burghouts

en drs. H. Oosterbaan.


Impulsieve, drukke kinderen met aandachtsproblemen kunnen ouders en

professionele opvoeders zoals leerkrachten, individuele begeleiders en

groepsleiders voor tal van problemen stellen. De vaak hardnekkige problematiek

vraagt thuis, op school of in de leefgroep om een gerichte aanpak.

Het programma Remweg biedt hierbij een helpende hand.


Impulsieve, drukke kinderen met aandachtsproblemen

Tijdens hun ontwikkeling leren kinderen gaandeweg hun impulsen te beheersen

en hun aandacht te reguleren. Sommige kinderen slagen daar niet goed in: ze

kijken of luisteren bijvoorbeeld niet goed, zodat ze niet precies weten wat er van

hen verwacht wordt; ze maken geen plannetjes, denken niet van tevoren even na,

maar doen het eerste dat in hen opkomt, zonder rekening te houden met de

gevol- gen van hun handelen. Bij deze kinderen lijkt de REM waarmee ze hun

impulsen kunnen beheersen WEG te zijn; ze kunnen niet voor langere tijd

geconcentreerd aan een taak blijven werken.

Ze stappen vaak over op een volgende activiteit, zonder de vorige echt af te

maken; ze laten zich makkelijk afleiden door prikkels waar ze geen aandacht

aan zouden moeten besteden; vaak zijn deze kinderen motorisch onrustig; ze

zitten voortdurend te friemelen, zijn steeds in de weer.


Dit alles kan ernstige gevolgen hebben voor hun ontwikkeling: schoolprestaties

kunnen eronder lijden en er kunnen problemen ontstaan in de omgang met

andere kinderen en met volwassenen. Als gevolg daarvan kunnen emotionele

problemen ontstaan. Wordt het gedrag van een kind gedurende langere tijd

gekenmerkt door impulsiviteit, aandachtstekort en motorische onrust, dan kan er

sprake zijn van ADHD (Attention-Deficit Hyperactivity Disorder). Daarnaast zijn er

kinderen waarvan het gedrag niet voldoet aan alle criteria voor ADHD, maar die

wel een aantal ADHD-kenmerken hebben.

Beide groepen kinderen dienen thuis, op school, in de leefgroep en binnen

individuele begeleidingssituaties (zoals bij functietraining of remedial teaching)

speciaal begeleid te worden.


Begeleiding via Remweg

Kinderen leren van hun opvoeder(s) eerst te stoppen, goed te kijken en te

luisteren. Wanneer deze vaardigheden in voldoende mate zijn ontwikkeld, leren

de kinderen zichzelf de volgende vier vragen te stellen:

1.Wat moet ik doen? (probleemoriëntatie en probleemdefinitie)

2.Hoe kan ik het doen? (bedenken van een oplossingsstrategie)

3.Gebruik ik mijn plan? (uitvoeren van een oplossingsstrategie)

4.Hoe heb ik het gedaan? (evaluatie van het denken en handelen)


Het plannen maken, uitvoeren en evalueren heeft betrekking op leertaken zoals

rekenen of spelling, praktische taken zoals tafel dekken of de kamer opruimen,

en sociale taken zoals het omgaan met leeftijdsgenoten en volwassenen.


Toepassingsmogelijkheden

Remweg kan gehanteerd worden als trainingsmethodiek om een groep ouders of

professionele opvoeders in acht bijeenkomsten te leren hoe zij kinderen, met een

cognitief ontwikkelingsniveau van 6 t/m 12 jaar, stop-denk-doe-gedrag kunnen

bijbrengen. Professionele opvoeders zijn leerkrachten, functietrainers, remedial

teachers, groepsleiders en andere aan het onderwijs of de jeugdzorg gelieerde

hulpverleners. Naar gelang waar en op welk gebied de problematiek zich

voordoet, kunnen deze opvoeders thuis, op school, in de leefgroep of binnen een

individuele behandelingssetting Remweg-principes toepassen.

Degene die een training voor opvoeders verzorgt, dient deskundig te zijn op het

gebied van gedragstherapeutische principes, kennis te hebben van de aard en

behandeling van ADHD en te kunnen inspelen op vragen en problemen van

opvoeders en kinderen binnen hun specifieke context (gezin, school, leefgroep).

Remweg kan door professionele opvoeders ook zelfstandig gebruikt worden als

behandelingsmethodiek. Een voorwaarde hierbij is wel dat de gebruiker zelf al

deskundig genoeg is op het gebied van ADHD.


Wetenschappelijke achtergrond

Remweg is een cognitief gedragstherapeutisch programma dat kenmerken heeft

van het programma Think Aloud van Camp en Bash (1981), en de

oudertrainingsprogramma's van Barkley (1987, 1990), Braswell en Bloomquist

(1991) en Shure en Spivack (1978). Behandelen via Remweg is een vorm van

mediatietherapie. Dit betekent dat de behandeling van het kind wordt uitgevoerd

door de ouders of professionele op- voeders, die op hun beurt gecoacht worden

door de deskundige die de training verzorgt. Remweg is de vrucht van jarenlang

ontwikkelingswerk en praktijk- onderzoek, gericht op de behandeling van

impulsieve, aandachtsgestoorde en overbeweeglijke kinderen binnen de afdeling

Onderzoek en Ontwikkeling van De Waarden/Paedologisch Instituut Nijmegen,

een organisatie voor jeugdhulp- verlening, onderwijs en onderzoek. Er werd een

vorm gezocht om de ouders van een kind met ADHD actief bij de behandeling te

betrekken, met als doel het kind de hele dag door te begeleiden. Dit leidde in het

begin van de jaren negentig tot het wetenschappelijk ontwikkelen, uitproberen en

toetsen van een trainingsprogramma voor ouders. Dit programma werd de laatste

jaren verder ontwikkeld tot een trainingsprogramma voor opvoeders.


Opbouw en inhoud van de Remweg-training


In bijeenkomst 1 en 2 staat het stoppen, goed kijken en luisteren centraal.

Het leren stoppen gebeurt met behulp van een stopkaart en de verbale instructie

'stop'. Het nauwkeurig leren kijken en luisteren wordt geoefend door imitatie

(nadoen) en het opvolgen van eenvoudige instructies.


In bijeenkomst 3 komt het hardop denken aan de orde. Het kind leert zijn denken

en handelen te verwoorden bij het uitvoeren van eenvoudige handelingen, zoals bij

het maken van een tekening of bij het aankleden. In eerste instantie moet het

kind hardop denken, daarna kan het overgaan op fluisteren, en uiteindelijk moet

het zijn denken en doen reguleren met innerlijke spraak. Als instructiemethode

wordt hierbij het cognitief modelleren gebruikt: de opvoeder voert een handeling

uit terwijl hij/zij daarbij hardop denkt. Het kind doet dit precies zo na.


In bijeenkomst 4 ligt de nadruk op het herkennen van een probleem en het

maken van een plan om het probleem op te lossen. Het kind leert zichzelf de

vragen te stellen Stop, wat moet ik doen? en Hoe kan ik het doen/wat is mijn

plan? Het gaat vooral om het leren gebruiken van deze vragen en het is minder

belangrijk welke antwoorden het kind daarop geeft. Met andere woorden: het gaat

meer om het proces dan om het product van denken.


In bijeenkomst 5 komt het uitvoeren en evalueren van het bedachte plan aan de

orde. Het kind stelt zichzelf hierbij de vragen Gebruik ik mijn plan? en Hoe heb ik

het gedaan? Ook hierbij gaat het meer om het proces dan om het product van

denken.


In bijeenkomst 6 en 7 komt het gebruik van de vier vragen bij sociale (conflict)

situaties aan de orde.


In bijeenkomst 8 vindt evaluatie van de training plaats. Centraal staat daarbij hoe

de opvoeders de training hebben ervaren en in hoeverre de doelstellingen van de

training zijn verwezenlijkt.


Structuur van de bijeenkomsten

Voordat een bijeenkomst plaatsvindt, lezen de opvoeders een leesblad, waarin

informatie staat over de onderwerpen die tijdens de bijeenkomst aan de orde

komen. De trainer leidt de bijeenkomst in door terug te blikken op de vorige

bijeenkomst en een programma-overzicht te geven van de huidige bijeenkomst.

Daarna bespreken trainer en opvoeders de gemaakte huiswerkopdrachten. In de

vorm van een onderwijsleergesprek bespreekt de trainer vervolgens de

onderwerpen die in het leesblad staan. Dan leren de opvoeders in een rollenspel

nieuwe vaardigheden, waarbij ook verworven vaardigheden weer aan bod komen.

Tenslotte bespreekt de trainer de huiswerkopdrachten voor de komende tijd.

Elke bijeenkomst duurt anderhalf tot twee uur.


Materiaal

De basisset bestaat uit;

1 een handleiding voor de trainer

2 een cursusboek voor de opvoeders

3 een Slimpieboek met 66 werkbladen voor het kind met bijbehorende stift om te

schrijven/tekenen op de

4 een blokje met beloningsformulieren

5 een Slimpiedoos met Slimpies (behorend bij het beloningssysteem)

6 pictogrammen die de te leren Remweg-vaardigheden weergeven

7 Remwegplus boekje

8 een sticker voor de Slimpie-spaarpot


(de Slimpies en de pictogrammen worden als één geheel geleverd samen met

een snijschema, snijlatje)

de auteur

prijzen

terug